In groep 6 wordt rekenen abstracter. Je leerlingen rekenen met grotere getallen, vermenigvuldigen en delen onder elkaar, en werken met breuken en kommagetallen. Op deze pagina lees je wat er in groep 6 aan bod komt, hoe je het in de klas oefent en welk materiaal daarbij past.
Elke methode heeft een eigen volgorde. Stem de oefeningen af op waar je groep nu staat.
Laat leerlingen voor een som eerst schatten: is het antwoord ongeveer 300 of ongeveer 3000? Zo zien ze zelf of een uitkomst klopt.
Vergelijk prijzen uit een folder of laat leerlingen in tweetallen dingen in de klas meten in meters en centimeters.
Vermenigvuldigen en delen onder elkaar lopen vast als de tafels niet vlot gaan. Herhaal ze af en toe, bijvoorbeeld als weektaak.
Een printbaar rekenboekje met oefeningen voor groep 6, voor in de klas. Bekijk de rekenboekjes → Inbegrepen bij JouwKlas Membership.
Bij breuken werkt het anders dan bij hele getallen: 1/8 is kleiner dan 1/4, terwijl 8 groter is dan 4. Tekeningen en de getallenlijn helpen leerlingen dat te zien.
Rekenen met getallen onder elkaar, cijfer voor cijfer. In groep 6 komt daar vermenigvuldigen bij, en soms al de staartdeling.
Tips om ouders mee te geven vind je op Voor ouders. Alle rekenmaterialen staan op de pagina Rekenen.
We gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om te zien hoe hij gebruikt wordt. Kies zelf wat je toestaat. Je kunt je keuze altijd weer aanpassen.