Overslaan naar de hoofd content

JouwKlas

Spelling groep 4: oefenen en werkbladen

In groep 4 komen de eerste echte spellingregels. Je leerlingen leren dat niet elk woord geschreven wordt zoals je het hoort, en leren daarvoor categorieën en regels. Op deze pagina lees je wat er in groep 4 aan bod komt, hoe je het in de klas oefent en welk materiaal daarbij past.

Wat leren je leerlingen in groep 4?

  • Woorden met ng en nk: zingen, bank
  • Ei of ij en au of ou: de eerste weetwoorden
  • Woorden die eindigen op -d of -t: hond, want je zegt honden
  • Woorden met -ig en -lijk: kleurig, vrolijk
  • De eerste regels met open en gesloten klanken (bomen, bommen)

Elke methode heeft een eigen volgorde. Stem de oefeningen af op waar je groep nu staat.

Zo oefen je in de klas

Verlengen

Twijfel tussen d en t aan het eind? Maak het woord langer: hond wordt honden, dus met een d.

Weetwoorden apart oefenen

Woorden met ei/ij en au/ou moet je gewoon weten. Oefen er elke dag een paar, bijvoorbeeld met een woordzoeker, een kort dictee of als weektaak.

Laat leerlingen de regel zeggen

Vraag niet alleen hoe je het schrijft, maar ook waarom. Hardop de regel zeggen helpt onthouden.

Oefenmateriaal voor groep 4

Spellingboekje groep 4

Een printbaar spellingboekje met oefeningen voor groep 4, voor in de klas. Bekijk de spellingboekjes → Inbegrepen bij JouwKlas Membership.

Veelgestelde vragen

Wat zijn spellingcategorieën?

De meeste methodes delen woorden in groepen met een eigen regel of aanpak, bijvoorbeeld woorden met ng/nk of woorden die je moet verlengen. Leerlingen leren per categorie hoe ze moeten denken.

Waarom maken leerlingen fouten in woorden die ze al kennen?

Bij een dictee lukt het vaak wel, maar in een eigen verhaal letten leerlingen op de inhoud. Dat is normaal. Laat ze na het schrijven hun tekst rustig nalezen.

Tips om ouders mee te geven vind je op Voor ouders. Alle materialen staan op de pagina Spelling.