In groep 4 komen de eerste echte spellingregels. Je leerlingen leren dat niet elk woord geschreven wordt zoals je het hoort, en leren daarvoor categorieën en regels. Op deze pagina lees je wat er in groep 4 aan bod komt, hoe je het in de klas oefent en welk materiaal daarbij past.
Elke methode heeft een eigen volgorde. Stem de oefeningen af op waar je groep nu staat.
Twijfel tussen d en t aan het eind? Maak het woord langer: hond wordt honden, dus met een d.
Woorden met ei/ij en au/ou moet je gewoon weten. Oefen er elke dag een paar, bijvoorbeeld met een woordzoeker, een kort dictee of als weektaak.
Vraag niet alleen hoe je het schrijft, maar ook waarom. Hardop de regel zeggen helpt onthouden.
Een printbaar spellingboekje met oefeningen voor groep 4, voor in de klas. Bekijk de spellingboekjes → Inbegrepen bij JouwKlas Membership.
De meeste methodes delen woorden in groepen met een eigen regel of aanpak, bijvoorbeeld woorden met ng/nk of woorden die je moet verlengen. Leerlingen leren per categorie hoe ze moeten denken.
Bij een dictee lukt het vaak wel, maar in een eigen verhaal letten leerlingen op de inhoud. Dat is normaal. Laat ze na het schrijven hun tekst rustig nalezen.
Tips om ouders mee te geven vind je op Voor ouders. Alle materialen staan op de pagina Spelling.
We gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om te zien hoe hij gebruikt wordt. Kies zelf wat je toestaat. Je kunt je keuze altijd weer aanpassen.