Overslaan naar de hoofd content

JouwKlas

Spelling groep 6: oefenen en werkbladen

In groep 6 leren je leerlingen lastige woordsoorten schrijven: leenwoorden, meervouden en verkleinwoorden. Ook komen de eerste stappen richting werkwoordspelling aan bod. Op deze pagina lees je wat er in groep 6 aan bod komt, hoe je het in de klas oefent en welk materiaal daarbij past.

Wat leren je leerlingen in groep 6?

  • Leenwoorden uit het Frans en Engels, zoals cadeau, horloge en computer
  • Meervouden: -s of -en, en wanneer een apostrof (auto’s, menu’s)
  • Verkleinwoorden: -je, -tje, -pje, -etje en -kje
  • Woorden met -heid, -ing en -lijk
  • Voorbereiding op werkwoordspelling: de stam van een werkwoord herkennen

Elke methode heeft een eigen volgorde. Stem de oefeningen af op waar je groep nu staat.

Zo oefen je in de klas

Verkleinwoorden hardop

Maak samen verkleinwoorden: boom wordt boompje, raam wordt raampje, bal wordt balletje. Hoor je welk achtervoegsel erbij past?

Meervoud met een apostrof

Eindigt een woord op a, i, o, u of y, dan krijg je in het meervoud een apostrof: opa’s, taxi’s, baby’s. Laat leerlingen in tweetallen voorbeelden zoeken in een folder of krant.

Lees veel

Leenwoorden leer je vooral door ze vaak te zien. Strips, tijdschriften en boeken in de klassenbibliotheek helpen daarbij.

Oefenmateriaal voor groep 6

Spellingboekje groep 6

Een printbaar spellingboekje met oefeningen voor groep 6, voor in de klas. Bekijk de spellingboekjes → Inbegrepen bij JouwKlas Membership.

Veelgestelde vragen

Waarom zijn leenwoorden zo lastig?

Leenwoorden schrijf je vaak zoals in de taal waar ze vandaan komen, niet zoals je ze hoort. Leerlingen leren ze vooral door ze vaak te zien en te schrijven.

Wat is de stam?

Het hele werkwoord zonder -en: lopen wordt loop, werken wordt werk. In groep 7 en 8 maken leerlingen vanuit de stam alle werkwoordsvormen.

Tips om ouders mee te geven vind je op Voor ouders. Alle materialen staan op de pagina Spelling.