Een rustige klas krijg je niet door steeds te corrigeren. Je krijgt hem door routines zo duidelijk te maken dat de kinderen weten wat er van ze verwacht wordt. Rust begint eigenlijk bij voorspelbaarheid.
Onrust in de klas heeft zelden één oorzaak. Vaak zit het in de momenten tussen de lessen door: binnenkomen, spullen pakken, wisselen van vak en opruimen. Juist dan is het voor kinderen het minst duidelijk wat ze moeten doen, en vult iedereen die ruimte op zijn eigen manier in.
Het goede nieuws is dat je daar zelf veel invloed op hebt. Met vijf eenvoudige aanpakken maak je de dag voorspelbaarder, hoef je minder te corrigeren en houd je meer tijd en energie over om les te geven.
- Rust komt voort uit duidelijkheid: de kinderen weten wat ze doen, hoe en wanneer.
- De meeste onrust ontstaat bij overgangen, dus daar levert een vaste routine het meest op.
- Korte instructies en concrete complimenten werken beter dan lange uitleg en veel waarschuwingen.
- Een routine is pas goed als de kinderen er zelfstandiger van worden en jij er minder werk aan hebt.
Wat bedoelen we met rust in de klas?
Rust is niet hetzelfde als stilte. In een rustige klas mag er overlegd, bewogen en gelachen worden. Het verschil is dat de kinderen weten wat de bedoeling is, dat overgangen soepel lopen en dat jij niet steeds hoeft bij te sturen. Rust is dus vooral een gevolg van goed klassenmanagement, en niet van strengheid.
Waarom voorspelbaarheid werkt
In het onderzoek naar klassenmanagement komt steeds hetzelfde beeld terug. Een goed geleide klas draait vooral om voorkomen: je plant en organiseert de activiteiten en het gedrag in de groep vooraf, in plaats van achteraf te reageren op wat misgaat (Emmer & Stough, 2001). Je maakt verwachtingen dus expliciet en leert routines aan, net zoals je rekenen aanleert: uitleggen, voordoen, oefenen en feedback geven.
Simonsen et al. (2008) zochten systematisch naar werkzame aanpakken in klassenmanagement en vonden er twintig met genoeg bewijs om in de klas te gebruiken. Daar horen onder meer een duidelijke structuur met vaste routines bij, verwachtingen die je zichtbaar maakt en echt aanleert, en complimenten die gericht zijn op het gedrag dat je wilt zien.
Korpershoek et al. (2016) brachten in een meta-analyse 54 studies in het basisonderwijs samen. Programma’s en strategieën voor klassenmanagement hadden kleine maar duidelijke positieve effecten op leerprestaties, gedrag en sociaal-emotionele ontwikkeling, maar niet op motivatie. Aanpakken die ook aandacht hadden voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, droegen het meest bij.
Voorspelbaarheid geeft kinderen ook houvast. Wie weet wat er komt, hoeft daar geen aandacht aan te besteden en kan zich op de taak richten. Dat geldt voor alle kinderen, en zeker voor kinderen die veranderingen spannend vinden.
De vijf manieren
1. Maak de dag zichtbaar
Gebruik een vast dagritme en bespreek wijzigingen van tevoren. Hang de planning op een vaste plek en loop hem aan het begin van de dag kort door. Laat zien waar jullie zijn door een kaart om te draaien of weg te halen als een onderdeel klaar is. Valt de gymles uit of komt er een gastles, pas de planning dan aan zodra je het weet en benoem de wijziging in één zin.
2. Werk met korte routines
Maak vaste afspraken voor binnenkomen, materialen pakken, samenwerken en afronden. Beschrijf elke routine in drie of vier stappen en oefen hem echt, alsof het een les is. Een routine voor binnenkomen kan bijvoorbeeld zijn: jas en tas ophangen, naar je plek, starttaak pakken en beginnen. Hoe minder je per moment hoeft uit te leggen, hoe rustiger het eigenlijk loopt.
3. Geef één duidelijke instructie tegelijk
Zeg niet meer dan nodig is, en kijk of de kinderen weten wat de eerstvolgende stap is. Zorg eerst dat je de aandacht van de hele groep hebt, bijvoorbeeld met een vast stilteteken. Geef dan één opdracht, wacht tot die is uitgevoerd en geef pas daarna de volgende. Laat ter controle een kind de opdracht in eigen woorden herhalen. Bestaat een taak uit meer stappen, schrijf ze dan genummerd op het bord.
4. Benoem gewenst gedrag concreet
Rust is niet hetzelfde als stilte. Rust betekent dat iedereen weet wat de bedoeling is.
Benoem welk gedrag je wilt terugzien en maak vooruitgang zichtbaar. “Goed zo” zegt weinig, maar “Ik zie dat tafelgroep drie al klaarzit met het boek open” vertelt de hele klas wat de bedoeling is. Uit een systematische review blijkt dat zulke gerichte complimenten samengingen met meer taakgerichte tijd en minder ongewenst gedrag, al was het aantal studies nog klein (Royer et al., 2019). Richt je aandacht dus vooral op wat goed gaat. Vooruitgang zichtbaar maken kan heel eenvoudig, bijvoorbeeld door samen bij te houden hoe snel de groep klaarzit na de pauze.
5. Kijk na een paar weken wat werkt
Een routine is pas goed als de kinderen er zelfstandiger van worden en jij er minder werk aan hebt. Kijk na een paar weken eerlijk terug: moet je nog steeds elke stap aansturen, of doen de kinderen het zelf? Kost het systeem je meer werk dan het oplevert? Pas aan of schrap wat niet werkt. Betrek de kinderen daar ook bij, want zij weten vaak precies waar een afspraak onduidelijk is.
Onderbouw en bovenbouw
Groep 1 tot en met 4
Jonge kinderen leren routines vooral door ze veel te doen. Gebruik pictogrammen, liedjes of een vast geluidssignaal bij overgangen en houd het aantal stappen klein. Oefen aan het begin van het schooljaar elke dag en herhaal na elke vakantie. Complimenten werken het best als je ze meteen geeft en heel concreet maakt.
Groep 5 tot en met 8
Oudere kinderen willen weten waarom een afspraak er is. Leg dat uit en stel routines waar het kan samen op. Geef ze ook meer verantwoordelijkheid, door ze zelf materialen te laten beheren, de tijd te laten bewaken of de dag te laten afsluiten. In de bovenbouw werkt een compliment aan de hele groep of een rustig woord onder vier ogen vaak beter dan een opvallende beloning.
Stel, je merkt in groep 6 dat het na de middagpauze elke dag tien minuten duurt voordat je kunt beginnen. De kinderen komen pratend binnen, er zijn ruzies van het plein meegekomen en niemand weet wat de bedoeling is. Je voert een vaste routine in: bij binnenkomst ligt het leesboek klaar en iedereen leest in stilte tot de timer afloopt. Wie iets van de pauze wil bespreken, schrijft zijn naam op een briefje en komt later aan de beurt. De eerste week oefen je het samen en benoem je wat goed gaat. Na een paar weken beginnen de meeste kinderen uit zichzelf, en gebruik jij die minuten om de kinderen met een briefje even te spreken.
Stap voor stap
- Kies één onrustig moment. Schrijf een paar dagen op wanneer het misloopt en kies het moment dat het meest oplevert.
- Beschrijf het gewenste gedrag. Wat doen de kinderen precies als het goed gaat? Maak er drie of vier stappen van.
- Leg uit, doe voor en oefen. Behandel de routine als een les en oefen hem een paar keer achter elkaar.
- Maak het zichtbaar. Hang de stappen op en verwijs ernaar in plaats van ze te herhalen.
- Benoem wat goed gaat. Geef de eerste weken veel concrete, positieve feedback.
- Kijk terug en kies een volgend moment. Gaat de routine vanzelf, pak dan pas het volgende moment aan.
Waar het vaak misgaat
Het meest zie je dat we alles tegelijk willen veranderen. Vijf nieuwe afspraken in één week houdt niemand vol, dus voer één routine in en bouw daarna verder. Ook instructie geven terwijl nog niet iedereen luistert, kost je veel, want dan blijf je jezelf herhalen. Wacht tot het stil is, ook als dat even duurt.
Een andere valkuil is dat je vooral reageert op wat misgaat, waardoor ongewenst gedrag de meeste aandacht krijgt. Benoem bewust vaker wat goed gaat. Verder is een routine uitleggen nog niet hetzelfde als hem oefenen, want weten is nog geen doen. Oefen dus kort en herhaal na vakanties. En kies voor een beloningssysteem dat in een paar seconden kan, want als het bijhouden je veel tijd kost, houd je het niet vol.
- Bespreek het dagprogramma aan het begin van de dag en noem één ding dat anders is dan normaal.
- Kies één overgang en vertel vooraf in drie stappen wat je verwacht.
- Wacht bij elke instructie tot de hele groep je aankijkt.
- Geef vijf concrete complimenten over gedrag dat je wilt terugzien.
Meer achtergrond en materiaal voor dagritme en routines vind je op de pagina klassenmanagement. Timers en andere hulpmiddelen voor op het bord staan bij de digibordtools.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het voordat een routine vanzelf gaat?
Dat verschilt per groep en per routine. Reken op een paar weken waarin je elke dag oefent, verwijst en benoemt wat goed gaat. Na een vakantie is een korte herhaling meestal nodig.
Wat als een paar kinderen zich niet aan de routine houden?
Ga eerst na of de routine voor hen duidelijk en haalbaar is. Oefen hem zo nodig apart met ze en spreek kort onder vier ogen af wat je verwacht. Houdt het gedrag aan of maak je je zorgen, overleg dan met je intern begeleider en met de ouders.
Kan ik midden in het schooljaar nog nieuwe routines invoeren?
Ja. Leg eerlijk uit waarom je iets verandert, bijvoorbeeld omdat wisselen te veel lestijd kost, en begin met één routine. Na een vakantie is een natuurlijk startpunt, maar eigenlijk kan het op elke maandag.
Verder lezen
- Klassenmanagement werkt: waarom routines meer zijn dan orde houden
- Gedrag in de klas: routines, relaties en duidelijke verwachtingen
- Het gratis Dagbord: timer, stoplicht, namenkiezer en groepjesmaker op één digibord.
- Beloningssystemen voor de klas: kaarten en ideeën om gewenst gedrag te versterken.
Bronnen
- Emmer, E. T., & Stough, L. M. (2001). Classroom management: A critical part of educational psychology, with implications for teacher education. Educational Psychologist, 36(2), 103–112. https://doi.org/10.1207/S15326985EP3602_5
- Korpershoek, H., Harms, T., de Boer, H., van Kuijk, M., & Doolaard, S. (2016). A meta-analysis of the effects of classroom management strategies and classroom management programs on students’ academic, behavioral, emotional, and motivational outcomes. Review of Educational Research, 86(3), 643–680. https://doi.org/10.3102/0034654315626799
- Royer, D. J., Lane, K. L., Dunlap, K. D., & Ennis, R. P. (2019). A systematic review of teacher-delivered behavior-specific praise on K–12 student performance. Remedial and Special Education, 40(2), 112–128. https://doi.org/10.1177/0741932517751054
- Simonsen, B., Fairbanks, S., Briesch, A., Myers, D., & Sugai, G. (2008). Evidence-based practices in classroom management: Considerations for research to practice. Education and Treatment of Children, 31(3), 351–380. https://doi.org/10.1353/etc.0.0007
Comments are closed