Overslaan naar de hoofd content

JouwKlas

De leerkuil: zo leer je leerlingen omgaan met moeilijk

Tekening: een kind klimt uit de leerkuil, van "?!" naar "aha!", terwijl een ander kind toekijkt

“Ik snap er niks van” hoeft niet het einde van het leren te zijn. Met de leerkuil geef je kinderen woorden voor het moment waarop iets lastig wordt, en een manier om er weer uit te komen.

Je kent het wel: een kind loopt vast, legt het potlood neer en besluit dat het “dit gewoon niet kan”. Een ander kind gokt snel een antwoord om er maar vanaf te zijn. Moeilijk voelt voor veel kinderen als een teken dat er iets mis is met hen.

De leerkuil draait dat eigenlijk om. Vastlopen hoort bij leren, en je kunt er ook iets aan doen. Hieronder lees je wat de leerkuil is, wat onderzoek er wel en niet over zegt en hoe je het model in groep 1 tot en met 8 gebruikt.

In het kort

  • De leerkuil is een beeld voor het moment waarop leren lastig en verwarrend wordt.
  • Het model komt van James Nottingham en kent vier fasen: concept, conflict, construeren en terugkijken.
  • Het is een metafoor en een gespreksmodel, geen bewezen methode. De ideeën erachter zijn wel onderzocht.
  • De kuil werkt alleen als kinderen ook strategieën en hulp krijgen om eruit te klimmen.

Wat is de leerkuil?

De leerkuil, in het Engels the Learning Pit, is bedacht door de Britse onderwijsadviseur James Nottingham. Hij beschrijft het model uitgebreid in zijn boek The learning challenge (Nottingham, 2017), dat in het Nederlands is verschenen als De leeruitdaging.

Het beeld is eenvoudig. Je begint aan de rand met iets wat je denkt te weten. Dan krijg je een vraag of opdracht waardoor je gaat twijfelen, en je zakt de kuil in. Daar is het verwarrend, maar door te denken, te proberen en te overleggen klim je er aan de andere kant weer uit, met meer begrip dan waarmee je begon.

Belangrijk om te weten is dat de kuil bij Nottingham over cognitief conflict gaat (Nottingham, 2017). Een kind heeft dan twee ideeën die allebei lijken te kloppen, maar die elkaar tegenspreken. Dat is iets anders dan vastzitten omdat de voorkennis ontbreekt of omdat de uitleg onduidelijk was.

De vier fasen

1. Concept

Je start met een begrip of idee waar de kinderen al iets van weten. Wat is een vriend? Wat is eerlijk? Wanneer is een getal even? Het kind denkt: “Dit weet ik wel.”

2. Conflict

Je stelt vragen of geeft voorbeelden die het eerste antwoord aan het wankelen brengen. Een vriend is iemand die aardig tegen je is, maar is iedereen die aardig doet dan ook je vriend? Hier zit het kind in de kuil, en het zegt bijvoorbeeld: “Nu snap ik het niet meer” of “Het klopt allebei, maar dat kan toch niet?”

3. Construeren

Nu bouwen de kinderen een nieuw en beter antwoord op. Ze vergelijken, ordenen, zoeken verbanden en overleggen met elkaar. Dit is het klimmen, en het kind denkt: “Wacht, als ik het zo bekijk …” Het moment waarop het kwartje valt, noemt Nottingham het eurekamoment.

4. Terugkijken

Aan de rand kijken de kinderen terug op hun route. Wat dacht ik eerst, wat hielp me omhoog en waar kan ik dit nog meer gebruiken? Een kind zegt dan: “Eerst dacht ik …, nu weet ik …” Deze fase wordt vaak overgeslagen, terwijl kinderen juist hier leren hoe ze een volgende keer uit de kuil komen.

Wat laat onderzoek zien?

Eerst het eerlijke antwoord: de leerkuil zelf is een metafoor en een gespreksmodel. Het is geen aanpak die in grote, gecontroleerde studies is getest. Wie zegt dat de leerkuil “bewezen werkt”, zegt dus meer dan het onderzoek toelaat. Een risico van het beeld is ook dat het kan suggereren dat leren altijd verwarrend hoort te voelen, en dat is niet zo.

De ideeën waar het model op leunt, zijn wel onderzocht. Vygotsky (1978) beschreef de zone van de naaste ontwikkeling: het gebied tussen wat een kind al alleen kan en wat het kan met hulp van een volwassene of een klasgenoot die verder is. Een kuil zonder hulp ligt daar eigenlijk buiten. Ook het idee van een cognitief conflict is goed bekeken, en Limón (2001) laat zien dat de resultaten in de klas wisselend zijn. Of een tegenstrijdigheid kinderen echt aan het denken zet, hangt onder meer af van hun motivatie, hun voorkennis en hoe ze redeneren.

Wat zegt onderzoek?

Bjork en Bjork (2011) laten zien dat sommige vormen van oefenen die moeizamer voelen, tot beter onthouden leiden. Ze noemen bijvoorbeeld gespreid oefenen, verschillende soorten opgaven door elkaar oefenen en jezelf overhoren in plaats van opnieuw lezen. Ze zeggen er ook duidelijk bij dat veel moeilijkheden helemaal niet wenselijk zijn, bijvoorbeeld als een leerling de voorkennis mist om ze aan te kunnen.

Sinha en Kapur (2021) brachten in een meta-analyse 53 studies samen over de vraag of je beter eerst zelf aan een probleem kunt werken en daarna instructie krijgt, of andersom. Gemiddeld leerden leerlingen meer als ze eerst zelf aan de slag gingen. Maar bij jongere leerlingen, van ongeveer groep 4 tot en met groep 7, wees het onderzoek juist de andere kant op en werkte eerst instructie beter.

Bij de leerkuil hoort ook het idee dat je door inspanning beter wordt, de growth mindset. Yeager en Dweck (2012) beschrijven onderzoek waarin leerlingen die geloven dat je je capaciteiten kunt ontwikkelen, beter presteerden bij lastige overgangen op school. In twee grote meta-analyses vonden Sisk et al. (2018) echter dat zowel het verband met schoolprestaties als het effect van mindsetprogramma’s gemiddeld zwak is, met mogelijk meer effect voor leerlingen uit een kwetsbare positie.

Wat betekent dit voor jou? Gebruik de leerkuil vooral als taal om over moeilijk te praten, en niet als wondermiddel. Zeker op de basisschool blijven goede instructie en voldoende voorkennis de basis.

Vastzitten is geen prestatie. Wat telt, is hoe je eruit komt.

De leerkuil per groep

Groep 1 en 2

Houd het concreet en kort. Gebruik een tekening van een kuil of een knuffel die “in de kuil zit”, en benoem het bij de puzzel die niet past, de toren die omvalt of de rits die niet dicht wil: “Je zit even in de kuil. Wat kun je proberen?” Twee of drie vaste oplossingen zijn genoeg, zoals nog een keer proberen, het anders proberen of een maatje vragen.

Groep 3 tot en met 5

Kinderen kunnen nu zelf aanwijzen waar ze zitten. Hang een eenvoudige kuil op met klimhulpen erbij, zoals het voorbeeld bekijken, tekenen wat er staat of de som in stukjes knippen. Gebruik de kuil bij rekenproblemen en bij denkvragen in de kring. Geef bij nieuwe stof wel eerst gewoon instructie, want de kuil is er vooral voor het toepassen en doordenken.

Groep 6 tot en met 8

In de bovenbouw kun je echte denkconflicten opzoeken. Is eerlijk hetzelfde als gelijk? Is nul een even getal? Kan een leugen goed zijn? Laat de kinderen hun route beschrijven en hun eigen klimstrategieën verzamelen, en koppel het aan leren leren: wat doe je als je vastloopt bij begrijpend lezen of bij een verhaalsom?

Taal voor in de kuil

Het helpt als kinderen vaste zinnen hebben om te zeggen waar ze zitten. Bijvoorbeeld deze:

  • “Ik zit in de kuil, want ik snap nog niet waarom …”
  • “Ik heb dit al geprobeerd: …”
  • “Wat ik wel weet, is …”
  • “Mag ik met jou meedenken?”
  • “Eerst dacht ik …, nu denk ik …”

Voor jezelf als leerkracht werken korte vragen het best, zoals “Wat heb je al geprobeerd?”, “Welk stukje snap je wel?” en “Welke klimhulp past hierbij?” Benoem ook wat werkte, bijvoorbeeld “Je hebt een tekening gemaakt en toen zag je het”, en durf te helpen: “Dit is lastig. Ik help je met de eerste stap.”

Een voorbeeld

Stel, je hebt in groep 7 breuken vergelijken al eerder uitgelegd, en nu stel je de vraag: “Welke breuk is groter, 3/4 of 5/8?” Een groepje roept meteen 5/8, want 5 en 8 zijn groter. Een ander groepje tekent twee stroken en komt op 3/4. Je zet beide antwoorden op het bord en zegt: “Jullie zitten in de kuil, want beide ideeën klinken logisch.” De groepjes krijgen vijf minuten en mogen de klimhulpen gebruiken, tekenen of gelijknamig maken. Daarna doe je de aanpak zelf nog één keer stap voor stap voor, en tot slot schrijven de kinderen op: “Eerst dacht ik …, nu weet ik …”

Zo begin je ermee

Begin met het verhaal. Teken de kuil op het bord en vertel over iets wat je zelf moeilijk vond om te leren. Laat de kinderen daarna vertellen wanneer zij in een kuil zaten en hoe ze eruit kwamen, bijvoorbeeld bij fietsen of zwemmen. Maak vervolgens samen klimhulpen en zet die bij de kuil, want strategieën in hun eigen woorden werken beter dan een kant-en-klare poster.

Oefen dan met een veilige denkvraag waar geen cijfer of toets aan vastzit. Gebruik de taal daarna elke dag: benoem kort wanneer iemand in de kuil zit en vooral wat hem of haar eruit hielp. Sluit lastige lessen af met de vraag wat de kinderen vandaag omhoog hielp.

Waar het vaak misgaat

Een kuil als poster aan de muur verandert eigenlijk niets. Verwijs er tijdens de les naar en laat kinderen aanwijzen waar ze zitten. Ook moeilijk maken zonder hulp werkt niet, want een kind zonder voorkennis zit niet in de leerkuil, het is gewoon verdwaald. Dan heeft het instructie nodig, een voorbeeld of een eerste stap.

Pas ook op met “in de kuil zitten” prijzen. Vastzitten is geen prestatie, dus benoem liever de strategie waarmee iemand verder kwam. Gebruik de kuil daarnaast niet voor alles. Tafels automatiseren of letters leren vraagt om oefenen en niet om verwarring, dus bewaar de kuil voor begrip en denkvragen. En laat een kind niet te lang zwemmen. Blijft het vastzitten, grijp dan in, want wachten tot het er vanzelf uitkomt kost tijd en zelfvertrouwen.

Morgen in je klas

  • Teken een kuil op het bord en vertel wanneer jij er zelf in zat.
  • Schrijf met de klas drie klimhulpen op.
  • Stel bij vastlopen één keer de vraag: “Wat heb je al geprobeerd?”
  • Sluit één les af met “Eerst dacht ik …, nu weet ik …”

De leerkuil werkt het best in een groep waar fouten maken veilig is. Bij klassenmanagement vind je meer over rust en routines, en bij lesmateriaal opdrachten om mee te oefenen.

Veelgestelde vragen

Is de leerkuil wetenschappelijk bewezen?

Nee, niet als methode op zich. De leerkuil is een metafoor. De ideeën erachter, zoals leren met hulp net boven wat je alleen kunt en leren van worstelen met een probleem, zijn wel onderzocht. Die resultaten zijn genuanceerd en gelden niet voor elke leeftijd en elke leerstof.

Moet elke les een leerkuil hebben?

Nee. Bij nieuwe kennis en bij vaardigheden die geautomatiseerd moeten worden, werkt heldere instructie met veel oefening beter. De kuil past bij lessen waarin kinderen iets moeten doorgronden of beredeneren.

Hoe leg ik de leerkuil uit aan ouders?

Vertel dat hun kind leert dat moeilijk erbij hoort en wat het dan kan doen. Thuis helpt de vraag “Wat heb je al geprobeerd?” meestal meer dan het antwoord voorzeggen.

Verder lezen

Bronnen

  • Bjork, E. L., & Bjork, R. A. (2011). Making things hard on yourself, but in a good way: Creating desirable difficulties to enhance learning. In M. A. Gernsbacher, R. W. Pew, L. M. Hough, & J. R. Pomerantz (Eds.), Psychology and the real world: Essays illustrating fundamental contributions to society (pp. 56–64). Worth Publishers.
  • Limón, M. (2001). On the cognitive conflict as an instructional strategy for conceptual change: A critical appraisal. Learning and Instruction, 11(4–5), 357–380. https://doi.org/10.1016/S0959-4752(00)00037-2
  • Nottingham, J. (2017). The learning challenge: How to guide your students through the learning pit to achieve deeper understanding. Corwin.
  • Sinha, T., & Kapur, M. (2021). When problem solving followed by instruction works: Evidence for productive failure. Review of Educational Research, 91(5), 761–798. https://doi.org/10.3102/00346543211019105
  • Sisk, V. F., Burgoyne, A. P., Sun, J., Butler, J. L., & Macnamara, B. N. (2018). To what extent and under which circumstances are growth mind-sets important to academic achievement? Two meta-analyses. Psychological Science, 29(4), 549–571. https://doi.org/10.1177/0956797617739704
  • Vygotsky, L. S. (1978). Mind in society: The development of higher psychological processes (M. Cole, V. John-Steiner, S. Scribner, & E. Souberman, Eds.). Harvard University Press.
  • Yeager, D. S., & Dweck, C. S. (2012). Mindsets that promote resilience: When students believe that personal characteristics can be developed. Educational Psychologist, 47(4), 302–314. https://doi.org/10.1080/00461520.2012.722805
Gratis voor leerkrachten

10 routines voor een rustige klas

Van de binnenkomst tot een rustige afsluiting. Bij elke routine staat hoe je hem aanleert, wat je letterlijk kunt zeggen en een tip. Voor groep 1 tot en met 8.

Ontvang de gratis gids

Comments are closed