Overslaan naar de hoofd content

JouwKlas

Retrieval practice: waarom actief ophalen beter werkt dan opnieuw lezen

Tekening: kaartjes van vraagteken naar uitroepteken en een lampje, met kinderen

Veel kinderen leren voor een toets door de tekst nog een keer te lezen. Dat voelt goed, maar wat beter blijft hangen is iets anders: de kennis zelf weer uit je hoofd halen.

Je kent het vast. Je hebt een onderwerp goed uitgelegd, de klas deed mee, en twee weken later lijkt de helft alweer verdwenen. Dat ligt meestal niet aan je uitleg. Kennis die kinderen alleen hebben gehoord of gelezen, zakt eigenlijk snel weg als ze die daarna nooit zelf uit hun geheugen hoeven te halen.

Retrieval practice, in het Nederlands vaak “actief ophalen” genoemd, is een eenvoudige manier om daar iets aan te doen. Je hebt er geen nieuwe methode voor nodig en het kost nauwelijks extra lestijd. Hieronder lees je wat het is, wat het onderzoek erover zegt en hoe je het in groep 3 tot en met 8 een vaste plek geeft.

In het kort

  • Actief ophalen betekent dat kinderen kennis uit hun hoofd halen, zonder boek, schrift of spiekbriefje.
  • Opnieuw lezen voelt vertrouwd, maar zelf ophalen helpt meer om iets op langere termijn te onthouden.
  • Het gaat om oefenen en niet om toetsen voor een cijfer.
  • Na het ophalen geef je kort feedback, zodat fouten niet blijven hangen.

Wat is retrieval practice?

Bij retrieval practice vraag je kinderen om iets wat ze eerder hebben geleerd terug te halen uit hun geheugen. Dat kan een begrip zijn, een tafelsom, een spellingregel of de hoofdlijn van een geschiedenisles. Het kenmerk is steeds hetzelfde: de informatie ligt niet voor hun neus, dus ze moeten er zelf naar zoeken.

Dat is iets anders dan herhalen. Als jij de regel van de vorige les nog eens voorleest of op het bord zet, ben jij aan het herhalen. Het kind herkent het (“o ja”), maar hoeft zelf niets op te halen. Herkennen voelt als weten, maar dat is het nog niet. Pas als een kind het antwoord zelf moet geven, merken jullie allebei wat er echt is blijven hangen.

Waarom werkt het?

Wat zegt onderzoek?

Roediger en Karpicke (2006) lieten studenten teksten leren en vergeleken opnieuw lezen met zichzelf testen. Na vijf minuten deden de lezers het beter, maar na twee dagen en na een week onthielden de studenten die zichzelf hadden getest duidelijk meer. Opvallend was dat de lezers zelf meer vertrouwen hadden in hun geheugen, terwijl ze minder onthielden.

Adesope et al. (2017) brachten in een meta-analyse het onderzoek naar oefentoetsen samen. Oefenen met vragen leverde meer op dan opnieuw bestuderen en dan de andere vergelijkingen, al hing de opbrengst wel af van hoe de oefentoets eruitzag en bij wie hij werd gebruikt.

Agarwal et al. (2021) keken alleen naar onderzoek in echte scholen en klassen. Actief ophalen hielp bij verschillende leeftijden, vakken en soorten vragen. Ook Dunlosky et al. (2013) rekenen oefenen met vragen tot de leertechnieken met de meeste waarde, en opnieuw lezen tot de technieken die weinig opleveren.

Een eerlijke kanttekening hoort daar wel bij. Het klassieke onderzoek is gedaan met studenten en teksten, en hoeveel het in jouw groep oplevert, hangt af van de leerstof, de vorm en de feedback die je geeft. Agarwal et al. (2021) merken ook op dat bijna al het onderzoek uit westerse, rijke landen komt. Zie het dus als een goed onderbouwd uitgangspunt en niet als een garantie.

Waarom opnieuw lezen zo aantrekkelijk blijft

Opnieuw lezen gaat vlot en voelt prettig. De tekst komt bekend voor, dus het kind denkt: dit weet ik wel. Ophalen gaat stroever, want je merkt meteen wat je niet meer weet, en dat is minder fijn. Toch is juist dat moment nuttig, omdat het laat zien waar nog werk zit, voor het kind en ook voor jou.

Herkennen voelt als weten, maar pas als een kind het antwoord zelf moet geven, zie je wat er echt is blijven hangen.

Wat betekent dit voor de klas?

Retrieval practice hoeft nauwelijks extra lestijd te kosten. Je kunt een les beginnen met drie korte vragen over de vorige lessen, voordat de nieuwe instructie start. Je kunt kinderen twee minuten laten opschrijven wat ze nog weten over een onderwerp, een zogenoemde brain dump. Korte flitsvragen over begrippen, tafels of spellingcategorieën werken ook goed, net als één vraag aan het eind van de les die ze zonder boek of schrift beantwoorden.

In groep 3 tot en met 5

Jonge kinderen schrijven nog langzaam, dus houd het mondeling of heel kort. Denk aan “Welke klank hebben we gisteren geleerd? Schrijf hem op je wisbordje” of “Fluister tegen je schoudermaatje welke drie woorden bij het thema horen.” Bij rekenen werkt een dagelijks rondje splitsingen of tafels goed, zolang iedereen meedoet en niet alleen de snelste vinger.

In groep 6 tot en met 8

Oudere kinderen kunnen meer zelf. Laat ze een brain dump maken over een thema bij de zaakvakken, een eigen quizvraag bedenken voor een klasgenoot of een begrip uitleggen in twee zinnen. Je kunt ze ook leren hoe ze thuis voor een toets leren: boek dicht, opschrijven wat je nog weet en pas daarna nakijken. Voor veel kinderen, en eigenlijk ook voor ouders, is dat een eyeopener.

Een voorbeeld

Stel, je begint je spellingles in groep 5 niet met de nieuwe categorie, maar met drie woorden van vorige week op het wisbordje. Iedereen schrijft, en op jouw teken gaan de bordjes omhoog. Je ziet in één keer dat het woord met de verlengingsregel bij een groot deel van de klas fout gaat. Je bespreekt dat woord in een minuut, laat een kind de regel zelf verwoorden en zet hetzelfde soort woord op je lijstje voor donderdag. Pas daarna begin je aan de nieuwe stof, en dat hele rondje heeft een paar minuten gekost.

Feedback en veiligheid

Ophalen werkt het best als fouten snel worden verbeterd. Butler en Roediger (2008) zagen dat feedback na het beantwoorden van meerkeuzevragen ervoor zorgde dat studenten later meer goed hadden en minder vaak een fout antwoord uit de oefenvragen overnamen. Zorg dus dat een kind niet lang met een verkeerd antwoord blijft oefenen: bespreek kort het goede antwoord en laat lastige kennis later nog eens terugkomen.

Wat ik daarnaast belangrijk vind, is dat het veilig blijft. Ophalen is oefenen. Als kinderen het gevoel krijgen dat elke startvraag meetelt, gaan ze spieken of klappen ze dicht. Zeg het daarom ook hardop: “Dit is training voor je geheugen. Een fout antwoord vertelt ons gewoon wat we nog moeten oefenen.”

Stap voor stap

1. Kies één vak

Begin klein, bijvoorbeeld bij spelling of bij een zaakvak, en breid het pas uit als het een gewoonte is geworden.

2. Bepaal wat moet blijven hangen

Schrijf de kernkennis van de afgelopen lessen op: de begrippen, regels, feiten en aanpakken die de kinderen later echt nodig hebben.

3. Maak drie korte vragen

Neem één vraag over gisteren, één over vorige week en één over iets van langer geleden, zodat oudere stof ook terugkomt.

4. Laat iedereen eerst zelf antwoorden

Dat kan op papier of op het wisbordje, zonder overleg en zonder hulpmiddelen, zodat je ziet wat elk kind zelf weet.

5. Geef meteen feedback

Bespreek het goede antwoord kort en laat de kinderen hun eigen antwoord verbeteren.

6. Plan de terugkeer

Wat bij veel kinderen fout ging, komt later in de week nog een keer terug.

Waar het vaak misgaat

De meest voorkomende valkuil is dat het ophalen toch een toets wordt. Cijfers en scores geven druk, dus houd het bij oefenen en laat de kinderen zelf nakijken. Een tweede valkuil is dat alleen de vingers omhoog gaan. Dan haalt één kind iets op en kijkt de rest toe, terwijl je juist wilt dat iedereen eerst schrijft of fluistert voordat jij een beurt geeft.

Ook zonder feedback gaat het mis, omdat een fout antwoord dan gewoon kan blijven hangen. Verder vragen we vaak alleen naar de les van gisteren, terwijl juist oudere stof wegzakt, dus meng vragen van gisteren, vorige week en vorige maand. En tot slot: je kunt niets ophalen wat er nooit in heeft gezeten. Nieuwe stof vraagt eerst om goede instructie, pas daarna heeft ophalen zin.

Morgen in je klas

  • Kies één vak en schrijf drie vragen over de vorige lessen.
  • Laat iedereen eerst zelf antwoorden, zonder boek of schrift.
  • Bespreek de antwoorden kort en begin pas dan met de nieuwe instructie.
  • Noteer welke vraag het vaakst fout ging en stel die later in de week opnieuw.

Zoek je werkvormen om kennis op een speelse manier te laten terugkomen? Kijk dan eens bij de oefenspelletjes.

Veelgestelde vragen

Is retrieval practice hetzelfde als toetsen?

Nee. Je gebruikt wel vragen, maar het doel is leren en niet beoordelen. Er hangt geen cijfer aan en je bespreekt de antwoorden meteen. Juist omdat er niets op het spel staat, durven kinderen te laten zien wat ze nog niet weten.

Werkt dit ook voor kinderen die veel moeite hebben met de stof?

Het principe geldt voor alle kinderen, maar de vorm doet ertoe. Als een kind bijna niets kan ophalen, is dat ontmoedigend en leert het weinig. Maak de vragen dan haalbaar, geef een geheugensteun zoals een beginletter of een plaatje en zorg voor snelle feedback. Daarna bouw je die steun stap voor stap af.

Hoeveel tijd kost het per dag?

Reken op een paar minuten in de lessen waarin je het inzet. Drie startvragen met een korte bespreking passen prima in de eerste vijf minuten. Het gaat vooral om de regelmaat en niet om de lengte.

Verder lezen

Bronnen

  • Adesope, O. O., Trevisan, D. A., & Sundararajan, N. (2017). Rethinking the use of tests: A meta-analysis of practice testing. Review of Educational Research, 87(3), 659–701. https://doi.org/10.3102/0034654316689306
  • Agarwal, P. K., Nunes, L. D., & Blunt, J. R. (2021). Retrieval practice consistently benefits student learning: A systematic review of applied research in schools and classrooms. Educational Psychology Review, 33(4), 1409–1453. https://doi.org/10.1007/s10648-021-09595-9
  • Butler, A. C., & Roediger, H. L. (2008). Feedback enhances the positive effects and reduces the negative effects of multiple-choice testing. Memory & Cognition, 36(3), 604–616. https://doi.org/10.3758/MC.36.3.604
  • Dunlosky, J., Rawson, K. A., Marsh, E. J., Nathan, M. J., & Willingham, D. T. (2013). Improving students’ learning with effective learning techniques: Promising directions from cognitive and educational psychology. Psychological Science in the Public Interest, 14(1), 4–58. https://doi.org/10.1177/1529100612453266
  • Roediger, H. L., & Karpicke, J. D. (2006). Test-enhanced learning: Taking memory tests improves long-term retention. Psychological Science, 17(3), 249–255. https://doi.org/10.1111/j.1467-9280.2006.01693.x
Gratis voor leerkrachten

10 routines voor een rustige klas

Van de binnenkomst tot een rustige afsluiting. Bij elke routine staat hoe je hem aanleert, wat je letterlijk kunt zeggen en een tip. Voor groep 1 tot en met 8.

Ontvang de gratis gids

Comments are closed